Geschiedenis van de kermis na de oorlog (deel 2)
Vervolg van eerste deel over de geschiedenis van de kermis. Met uitzondering van 1942 was er in de oorlogsjaren 1940 tot en met 1945 geen kermis.
Foto: Op maandag van kermis in 1963 in beeld te brengen en later in het Volendams bij Karels ( na 4 uur in de middag) met een deel van de kermisploeg op de foto. De feestvierders waren gemiddeld 20 jaar oud en hadden nog geen polsbandje om zo te zien. V.l.n.r.: Boven Albert Tol (Stijn), Henk Konter, Jaap van Vlaanderen, Bep Veerman (Dekker), Wim Keizer en Piet Veerman (Stale). Onder: Evert Zwarthoed (Kirrie), Klaas Kwakman. Kees Tol (Stijn) en Johan Snoek.
Tijdens de bevrijdingsfeesten van mei 1945 werden er wel twee danspodia opgebouwd tegenover het café van Jan Motje en voor de kinderen was er in de Conijnstraat een draaimolen. De eerste naoorlogse kermis werd in beide kommen weer gehouden in 1946 vanaf de 4e woensdag in de maand juli tot en met zondag daarop. Behalve de gebruikelijke attracties stond toen aan het eind van de Conijnstraat tegenover de garage van Henk Ruis een bioscoop.
Ondanks de goede visvangsten van dat jaar was de kermis zelf vrij sober, maar met de bange oorlogsjaren nog zo vers in het geheugen was de stemming er een van een verlaat bevrijdingsfeest. Nog niet bewust van de ernst van de oorlog in Indonesië en middenin het uitstekende visserijjaar 1947 was de kermis van een ongekende vrolijkheid. De band van Thoom Dekker en de hernieuwde EVO-band speelden de sterren van de hemel en ieder zong de nog sterk nationaal getinte kermishit ‘Cheerio’ uit volle borst mee.
Open terrein bij café Motje kwam in 1950
Het was nog een kermis waarop een dikke dame, een heuse waarzegster, een boeienkoning en een vuurspuwer waren te bewonderen. Natuurlijk mochten de draaimolen en de schommelschuitjes van de familie van Dam en de oliebollenkraam van de Edamse familie Rijswijk niet ontbreken. Voor het huis van meester Mühren stond dansleraar en manusje-van-alles Jan Koning (van Kakie Koning) met zijn speelgoedkraam naast de koekhakkraam. Ter hoogte van Jentje Buys stond ook het eerste kindermolentje en de cakewalk van Klinkhamer als opvallende nieuwkomers. Een ware openbaring was het toen een Dixielandband met een knappe zangeres onderaan het Nieuwe Draaipad voor de winkel van Anton de Jong nummers speelde als ‘Put another nickel in, in the nickelodeon and… music, music music!’. Het was rond die jaren dat een oud kermisbaasje het doek van zijn koekhakkraampje in rook zag opgaan.
Nadat zijn ‘bedrijf’ met een paar emmers water was geblust werd voor de eigenaar in een paar uur 1500 gulden opgehaald, zodat hij zich waarschijnlijk ergens in Het Gooi is gaan vestigen. Toen in 1950 het open terrein voor café Motje werd benut voor attracties als de steile-wandrace betekende dat bijna een verviervoudiging van de staangelden.
In hetzelfde jaar lanceerde Kees Manders zijn succesvolle meezinger ‘Volendam, jij bent de parel’ en tot 1960 zouden nog maar liefst 24 liedjes over Volendam worden geschreven. Het waren ook de jaren van de Jordaan-hausse met tante Leen en Johnny Jordaan waarvan nummers als ‘Bij ons in de Jordaan’, ‘Ik wil het wel weten, ik ben zo verliefd’ en ‘ ‘n Pikketanussie’ het naast de nodige carnavalhits als “Bij ons staat op de keukendeur’ op de kermis nog jaren goed zouden blijven doen. In 1951 begon de Volendammer kermis op de laatste woensdag van augustus en die van Edam op de eerste woensdag in september. Nadat deze volgorde in 1952 was verwisseld golden de data van 1951 daarna wat Volendam betreft voor de oneven jaren en wat Edam aangaat voor de even jaren, welke laatste regeling ruim 40 jaar werd gehanteerd.
Kermis van 1950 tot 1960
In 1954 werd het kermisterrein in Volendam uitgebreid met het parkeerterrein achter de AMVO en na 1956 toen de tram werd vervangen door de bussen van de NZH kwam het aangrenzende deel van de Zeestraat erbij. In 1956 werd besloten dat de Edamse kermisdagen zouden lopen van donderdag tot en met zondag en die in Volendam van vrijdag tot en met de daarop volgende maandag (tot 2 uur ‘s middags, later verlengd tot 11 uur in de avond). In de periode tussen 1950 en ’60 was de Volendammer kermis overwegend een aangelegenheid voor de eigen ingezetenen al waren er altijd de vaste bezoekers uit de naaste omgeving alsmede een contingent Amsterdammers en op hun eigen vissersschip verblijvende Urkers.
Het waren kermissen waarbij de ploegen feestvierders van de ene gelegenheid naar de ander konden trekken en er allerlei practical jokes ofwel ‘geintjes’ werden uitgehaald. Zo werd een Amsterdammer die al dagenlang met een ploeg was opgetrokken gedoopt door hem van de helling af te laten glijden de haven in.
Na de plechtigheid kreeg de dopeling bij Thoom Sier een volledig nieuw pak aangemeten waarna de ploeg met de verse bekeerling in hun midden de kermis met een gerust hart voortzette.
Foto: Na afloop van het kermisfeest in 1962 ging een deel van de kermisploeg bij Karels op de foto in het Volendams. Van l.n.r. boven: Jan Bond (de Koe), Albert Tol (Stijn), Kees Tol (de Knoest), Piet Veerman (Koster) en Wim Keizer. Onder: Kees Veerman (Poesie), Klaas Kwakman, Nico Bank, Jan Bond (Sport) en Piet Veerman (Stale).
Janus Sier met paard was speciale attractie
Een speciale attractie was het taxibedrijf dat Janus Sier met paard en wagen onderhield tussen de diverse uitgaansgelegenheden. Van het paard ging de mare dat hij bij het horen van een cafénaam als Jan Motje op eigener beweging die kant uitging. Behalve van een fraaie papieren roos of kermispet van Alfons (later van Henk Rikkers) hadden de mannen in die jaren de gewoonte om zich rijkelijk te voorzien van de vruchten der aarde. Zo liep men rond met bossen wortelen, bloemkolen, trossen bananen en druiven en menigeen liep met een lever- of metworst om de nek.
Mogelijk had het te maken met het in het najaar overvloedig aanwezige assortiment aan groente en fruit, maar eenmaal per jaar leek men zich te willen gedragen als schatrijke Romeinen in de decadente nadagen van het Romeinse rijk. Op de maandag verrasten de nieuwbakken schoonzoons de ouders van hun meisje met een taart, fruitmand of een stuk vlees waarna de nieuwe stellen ter afsluiting naar de film gingen in het Flevotheater en vanaf 1953 in het Julianatheater boven de AMVO.
Toeloop jonge kermisvierders uit de regio
In de jaren tussen 1950 en ’60 werd de kermis geleidelijk aan steeds drukker bezocht en meer lawaaiig. De toeloop van meest jongere bezoekers uit de regio en van nog verder weg is daarbij in de loop der jaren sterk toegenomen. De toename van het lawaai kwam doordat het geluid van de traditionele draaiorgels steeds meer werd overstemd door allerlei via luidsprekers verspreide muziek.
Tijdens een wandeling over het kermisterrein wordt men tegenwoordig getrakteerd op een oorverdovende kakofonie van geluiden waarin men zich slechts met de nodige inspanning verstaanbaar kan maken. In de horecagelegenheden is het al niet veel anders en het valt niet te ontkennen dat een en ander ten koste is gegaan van de eigen zang en dans alsmede van de door geestrijk vocht geïnspireerde conversatie.
Van kermis tot regionaal festival
De inkomsten uit staangeld namen in de periode tussen 1961 en ’70 toe van 16.500 tot 80.200 gulden en daarbij trok de kermis een toenemend aantal bezoekers van buiten. De grotere opbrengst uit de staangelden is deels te verklaren door de inflatie, maar toch vooral door het verlengen van de kermistijd tot maandagavond 11 uur, het invoeren van de lappendag - bekend om de carnavaleske verkleedpartijen - en het aantrekken van grotere en duurdere attracties.
Dat de kermis steeds meer bezoekers is gaan trekken komt uiteraard ook door de hogere welvaart, de toegenomen vrije tijd, de nog betere vervoersmiddelen en niet te vergeten door de media die de Volendammer kermis al lang van tevoren als nieuwtje aankondig. De vooral bij mooi weer enorme toeloop heeft ervoor gezorgd dat de Volendammer kermis naast die van Tilburg en Hoorn tot de drukst bezochte festivals van Nederland is gaan behoren en intussen aan staangelden steeds meer opbrengt.
In de bekende schoolboekenreeks Heemschut stond de Volendammer kermis in de jaren 1950 en ’60 vermeld als een folkloristisch feest. Deze positieve kwalificatie is mogelijk mede ingegeven door de talrijke schilderijen, tekeningen, foto’s en beschrijvingen van kunstenaars, schrijvers en journalisten die Volendam vooral in de periode van 1900 tot 1950 bezochten.
Aan ‘skik’ geen gebrek....
De Volendammer kermis heeft door de uitbundige maar tegelijkertijd ook gemoedelijke sfeer een goede naam verkregen. De Volendammer gaat te kermis om ‘skik’ te krijgen. De Volendammer gaat te kermis om ‘skik’ te maken en zeker niet om vetes uit te vechten zoals dat elders nogal eens het geval is. Intussen heeft de kermis door de sterk gewijzigde omstandigheden wel een ander karakter gekregen. In de tijd dat de jongens nog vanaf de lagere school naar zee gingen en de meisjes uit dienen was kermis eigenlijk het hoogtepunt van het jaar.
De toegenomen welvaart heeft het vermaak tegenwoordig eigenlijk het hele jaar door binnen handbereik gebracht en pretparken hebben veel van de kermisattracties overgenomen zodat de kermis veel van zijn unieke positie heeft moeten prijsgeven. Toch heeft de kermis als speeltuin voor de kinderen en ontmoetingsplaats voor jongelui aantrekkingskracht genoeg. Evenals in Groningen en Tilburg gebeurde er in Volendam helaas een tweetal ongelukken (in 1910 en 1984), maar verder zat het met de veiligheid gelukkig goed. Daarbij staat de Volendammer kermis nog altijd bekend om de goede sfeer en gezelligheid en van echt vervelende incidenten is ondanks de sterk toegenomen drukte betrekkelijk weinig sprake. Vooral bij mooi weer is de beroemde Volendammer dijk tijdens de kermis een grote feestpromenade die door veel nieuwsgierigen wordt bezocht.
Het moet een leuk, veilig en schoon feest worden
Zoals al meer dan honderd jaar bekend is de kermis voor de Volendammer jeugd iets bijzonders. Ik heb getracht u een ingekort beeld te schetsen van de geschiedenis van het kermisgebeuren in Volendam. De ‘Hokjeman van de VPRO’ heeft een televisiedocumentaire vast gelegd over dit gebeuren en dat was een voorbeeld voor heel Nederland. Die is al herhaalde malen uitgezonden. Het is bekend dat de kermis in Volendam een van de, zo niet de enige schone veilige en leuke kermis van Nederland is.
Veel Volendammers mijden tegenwoordig de kermis
Hoewel veel Volendammers de kermis de laatste jaren zijn gaan mijden, blijven er genoeg feestvierders over die een hekel hebben aan lege en aan volle glazen. Daarbij nemen een groot aantal feestvierders van buiten onze dorpsgrenzen deel aan de kermis in Volendam. Net als in vroeger tijden zijn er onder de nieuwsgierige toeschouwers altijd lieden die het drinkgelag met de nodige kritiek gadeslaan en daaronder bevinden er zich ook die hun oordeel baseren op een enkele negatieve waarneming of ervaring. Om de feestvreugde extra te verhogen is vanaf 1996 de oude traditie om zelf kermisliedjes te maken in ere hersteld en van diverse groepen en solisten komen zelfs speciale kermis-cd’s uit. De liedjes worden met wisselend succes niet alleen in het Nederlands uitgebracht maar naar het voorbeeld van het goed geslaagde Volendammer Volkslied van de Dekker Band ook wel in het Volendams dialect.
Moeten alleen de Volendammers een polsbandje om met de kermis
Onze respectvolle burgemeester met de verantwoordelijke wethouders van KRAS, CDA,VVD en Zeevangst Belang hebben onze hoog opgeleide jeugd tot 18 jaar gediskwalificeerd tot jonge mensen die niet weten hoe zij zich op de kermis moeten gedragen om ‘skik’ te krijgen. Zij worden bij het drinken van alcoholische dranken met kermis getrakteerd door de politie of veiligheidsambtenaren met een bekeuring van € 95. -- . Dat gaat zeker een hoop kermisgeld kosten!
De grote vraag in onze gemeenschap aan de burgemeester en de verantwoordelijke wethouders is of de polsbandregeling ook van toepassing is voor de duizenden tieners onder de 18 jaar uit alle delen van Nederland die al jaren lang erg veel ‘skik’ maken tijdens de Volendammer kermis. Hoe wordt dat geregeld en moeten zij ook betalen?
Om met de kermis onze jeugd trachten hun kermisgeld bij overtreding van de ‘Volendammer kermisalcoholwet’ af te pakken is niet de juiste weg. De werkelijke problemen moeten het hele jaar aangepakt worden in plaats van een hypocriete eenmalige statement maken met de kermis.
Ik wens iedereen alsmede alle jongeren die nog geen 18 jaar zijn een zalige gezellige kermis met veel ‘skik’.
Met dank voor plaatsing,
Wim Keizer

