Column Alexander Noordijk: Dood ben je pas als niemand meer je naam noemt
We leven in een tijd waarin steeds minder mensen iets met de kerk hebben. Maar opvallend genoeg groeit de belangstelling voor Allerzielen. Blijkbaar hebben we, gelovig of niet, behoefte aan iets wat groter is dan onszelf. Een kaarsje aansteken. Een naam noemen. Even stilstaan bij iemand die er niet meer is.
Afgelopen zondag was het zes jaar geleden dat mijn vader overleed. Zes jaar! Soms lijkt het gisteren. Zijn stem, zijn humor, zijn kritische opmerkingen. Want ja, mijn vader stond altijd achter me, maar dat betekende niet dat hij overal enthousiast over was. Haha, gelukkig maar. Hij heeft nog meegemaakt dat ik mijn universitaire studie theologie afrondde. Daar was hij trots op.
Precies in de periode waarin ik mij zou voorstellen als predikant in Monnickendam, namen we afscheid van hem. Het leven laat zich nu eenmaal niet plannen. Zelfs niet door een dominee.
Onlangs keken we tijdens Film met een goed verhaal in de kerk naar de animatiefilm Coco. Een kleurrijke film over familie, de dood en herinneringen. Ik was niet de enige die ontroerd raakte. Om mij heen zag ik dat het verhaal bij velen iets losmaakte.
In de film klinkt een prachtige gedachte door: zolang we iemand blijven herinneren, blijft diegene op een bepaalde manier bij ons.
Misschien is dat wel waarom Allerzielen zoveel mensen aanspreekt. We leven in een samenleving waarin we vooral vooruit moeten kijken. Maar waarom zou verdriet eigenlijk een houdbaarheidsdatum moeten hebben? In mijn werk maak ik veel uitvaarten mee. Soms in een volle Grote Kerk, soms in een kleine kring. Iedere uitvaart is anders. En toch gaat het steeds over hetzelfde: liefde, gemis en de vraag wat er van een mensenleven overblijft.
Ik geloof dat een mens meer is dan wat je kunt meten, zien of vastleggen. Noem het de ziel. Dat wonderlijke, unieke van ieder mens. Door God gekend en geliefd. Ook over de grens van de dood heen. Of je nu gelooft, twijfelt of helemaal niets met de kerk hebt: op Allerzielen hoeven we het niet overal over eens te zijn. We kunnen gewoon een kaarsje aansteken. Een naam noemen. En misschien samen even stil worden.
Ik weet niet precies hoe het leven na de dood eruitziet. Maar ik geloof wel dat de liefde van God niet ophoudt waar ons leven eindigt. En ondertussen blijven wij de namen noemen. Zoals ik die van mijn vader.