Hoe kunnen wij schuld hebben?
Hoe kunnen wij schuld hebben?
Jan Veerman kan, een jaar na de brand inzijn café 't Hemeltje gewoon over straat in Volendam. 'Het had overal kunnen gebeuren', zeggen Volendammers. Maar het zoeken naar schuldigen gaat door.
De kerkmeester van Volendam, Ed Woerlee, zit in de toonzaal van de uitvaartonderneming van zijn zoon. Bronskleurige vogels, gouden fotolijsten, eeuwigdurende lampjes met flikkerend kunstlicht, grafstenen in groen en donkerrood marmer. Op tafel staan foto's van de veertien jongens en meisjes die op 1 januari 2001 omkwamen bij de brand in café 't Hemeltje. Eén foto is nagemaakt in houtskool, krijt en olieverf. Moe 'k ook hè, zegt Ed Woerlee. ,,Dat zeggen ze hier. 'Moet ik ook hebben'. Als de buren nieuwe gordijnen kopen, doen zij het ook. Ze vragen hoe duur die spullen zijn. Honderd gulden? 'Dan ken het niks wezen'.'' Wat Volendammers met hun huizen doen, zegt hij, doen ze nu ook met de graven van hun kinderen.
Ed Woerlee beheert het onroerend goed en de financiën van de Vincentiuskerk. En hij zorgt voor de begraafplaats. Deze zomer liet hij tussen de begraafplaats en het kantoor van zijn zoon een gedenkmuur bouwen. Donkerrode baksteen, vijftien meter lang, twee meter hoog. Daar zou 'behoefte' aan komen, dacht Ed Woerlee. Graven worden in Volendam al na twaalf jaar geruimd, de nabestaanden zullen hun verdriet dan nog niet hebben verwerkt. Hij merkte ook dat er steeds meer bezoekers kwamen. Jongens en meisjes die 's zaterdags na sluitingstijd van de cafés wilden 'nadenken'. Bussen vol toeristen die de herinneringen aan de brand 'in het echt' wilden zien. Als mensen bij de graven stonden te huilen, waren ze vanaf de straat zichtbaar. Dat kon niet, vond Ed Woerlee.
Hij is, zegt hij, 'eigengereid' en 'bazig'. Hij is geen Volendammer - 'ik woon hier pas zesendertig jaar' - maar hij kan zich wel zo gedragen. Vóór de brand trok hij zich al weinig aan van de gemeente, na de brand helemaal niets meer. ,,Ze denken dat ze nu overal bovenop moeten zitten. Ik zeg: ze moeten helemaal nergens bovenop zitten. Ze hebben allemaal schuld aan de brand, ze moeten allemaal weg.'' Ed Woerlee vroeg voor de gedenkmuur geen vergunning. Het werd, zegt hij, een 'geweldige rel'. ,,Stond ik daar bij de wethouder. Ik zeg: een muur is heel wat anders dan drie cafés boven elkaar, als jullie dát verschil niet zien.''
De dijk tussen Volendam en de weg naar Hoorn en Amsterdam staat 's morgens vroeg minder vol busjes met bouwvakkers, schoonmakers en vishandelaars dan een jaar geleden. Er is een rotonde aangelegd, het verkeer kan sneller doorrijden. Op zaterdagavond staan er nu wel rijen voor de cafés. Er wordt gecontroleerd of er niet te veel mensen tegelijk binnen zijn. De nieuwe burgemeester, Jan Bulte, komt 's nachts zelf vaak kijken. Café 't Hemeltje, boven de WirWarbar aan de dijk, staat er nog, maar is niet open. En dat zal ook wel nooit meer gebeuren. Eigenaar Jan Veerman, die daar kennelijk anders over dacht, liet deze zomer aan de achterkant van het café een betonnen trap storten, ook zonder vergunning. Maar die moest van de gemeente meteen weer worden afgebroken.
Volendam, een jaar later. In de rapporten die in opdracht van de overheid over de brand zijn gemaakt is nu vastgelegd wat voor dorp het is, hoe de mensen zijn. Dat zou, dachten de onderzoekers, kunnen verklaren waarom de brand juist daar uitbrak. Ze schreven geen dingen op die niemand wist. Volendammers vinden zichzelf 'saamhorig', voor buitenstaanders zijn ze een 'hechte, gesloten gemeenschap'. Ze zijn vriendelijk tegen buitenstaanders, als die zich maar niet met hen bemoeien. En voor een Volendammer is iedereen die niet in Volendam is geboren een buitenstaander. En ook iedereen van wie de vader of moeder niet in Volendam is geboren. Ze werken hard, ze verdienen hun geld in hun eigen bedrijven. 's Avonds na het eten bouwen ze voor elkaar dakkapellen. Ze timmeren, stukadoren, metselen schuurtjes, leggen tuinpaden aan. Ze waren gewend vergunningen daarvoor zelf te regelen met de wethouder of de ambtenaar, vaak familie. Of ze bouwden zonder vergunning.
Jan Veerman, de eigenaar van 't Hemeltje, deed het ook zo, twintig jaar lang. Er kwam te veel lawaai uit zijn cafés, hij sloeg illegaal biertanks op, verbouwde zoals het hem uitkwam. Hij hing zijn cafés vol met kersttakken zonder ze brandwerend te maken. De gemeente schreef brieven, dreigde ook wel met ingrijpen, en dan beloofde Jan Veerman beterschap. Maar hij kwam zijn toezeggingen meestal niet na. En de gemeente had te weinig ambtenaren om hem te controleren. Want dat hoort ook bij Volendam: zo weinig mogelijk ambtenaren.
Frans IJsselmuiden, de vorige burgemeester, probeerde er wat aan te doen. Hij wilde reorganiseren, mensen van buiten in dienst nemen. Hij wilde ook een 'brandpreventieambtenaar' aanstellen toen de regels van de overheid strenger werden, in 1996. Maar hij werd, zei hij twee weken geleden tegen de rechter-commissaris van de rechtbank in Haarlem, jarenlang tegengehouden door wethouder Kees Schilder van de lokale partij Volendam '80. Frans IJsselmuiden zei het nijdig. Híj had altijd zijn best gedaan, maar hij voelde zich in maart, toen de eerste rapporten over de brand verschenen waren, gedwongen om ontslag te nemen - tegelijk met wethouder Wim Visscher van het CDA die in 1999 Kees Schilder was opgevolgd. Frans IJsselmuiden was ook nijdig toen hij de gemeenteraad voor de laatste keer toesprak, in juni. Alle raadsleden, zei hij, moesten in de spiegel kijken. Ze hadden allemaal schuld.
Er zijn nu dertig ambtenaren bijgekomen in Volendam van buiten. De gemeente is in alle cafés gaan kijken of de kersttakken hoog genoeg hangen en of ze brandwerend zijn gemaakt. Maar in de meeste cafés hangen dit jaar geen kersttakken. De burgemeester belde zelf met Ed Woerlee, de kerkmeester, om te zeggen dat hij 'lelijke dingen' over hem had gehoord. Het ging over de gedenkmuur. Ed Woerlee moest langskomen. ,,Ik kreeg me toch de oren gewassen.'' Hij vindt de nieuwe burgemeester een 'geweldige kerel'. Volendammers vinden dat ook, zegt hij. ,,Hij is hard, eerlijk. Dat begrijpen ze. Zo zijn ze zelf ook.''
Een jaar lang heeft heel Nederland zich met Volendam bemoeid. Voor buitenstaanders lijkt de saamhorigheid nu nog groter. Jongens en meisjes met verminkte lichamen maakten een clip en een cd, ze zingen over 'met elkaar verder gaan'. Ze lieten zich in hun gezicht filmen door het jeugdjournaal. Ze gaan met hun vrienden naar healing-bijeenkomsten waar ze de 'energie' krijgen om wat gebeurd is 'met elkaar te verwerken'. Straks lopen ze weer allemaal mee in een nieuwe stille tocht. Hard, eerlijk. En sentimenteel. Want zo zijn Volendammers ook. Sentimenteel en snel kwaad. Kwaad op de rest van de wereld die denkt dat de brand de schuld van de Volendammers is. Het had overal kunnen gebeuren. Maar ze zijn vooral kwaad op elkaar. Want onder elkaar vinden ze helemaal niet dat de brand overal had kunnen gebeuren. De saamhorigheid is groot in Volendam, een jaar later. Maar de ruzies zijn groter.
Sterretjes
De visrokerij van Jan Patat moest van de gemeente verhuizen naar het industrieterrein aan de rand van Volendam. Later kwam er naast hem een meubelzaak. De eigenaar van die zaak klaagde over de stank, hij schreef brieven naar de gemeente. Jan Patat - hij heet eigenlijk Jan Snoek - hoorde er heel lang niets over. Maar dit jaar werd hij aangeschreven, hij moest wat doen aan de stank. Jan Patat ging naar het gemeentehuis, hij liep meteen door naar het hoofd van de afdeling milieuzaken. ,,Ik zeg: ik doe niet aan stankoverlast. Ik rook op de ouderwetse manier en dat stinkt niet. Kan ik het helpen dat die meubelzaak erbij is gekomen? Laat hij maar zorgen dat die stank, die er niet eens is, niet bij hem binnenkomt.''
Jan Patat is niet van plan om 'dit te pikken', hij gaat door tot de rechter. ,,Het is de schuld van de gemeente dat ik hier geplaatst ben.'' Het is ook de schuld van de gemeente, vindt hij, dat er brand kwam in het café van Jan Veerman. ,,Als iemand doodblijft van het eten van mijn vis en ik heb de regels niet nageleefd, dan had de gemeente ervoor moeten zorgen dat ik de regels wél had nageleefd.'' De zoon van Jan Patat raakte gewond bij de brand. ,,Hij is er nog goed vanaf gekomen. Alleen als hij zijn kleren uittrekt, lust u vanavond geen boterham meer.'' Maar Jan Patat is niet kwaad op Jan Veerman. ,,Wat kan hij er aan doen dat ze sterretjes in zijn zaak zijn gaan afsteken? Als ze bij mij iets flikken en ik ben er niet bij, kan ik er toch ook niks aan doen?''
Ed Woerlee, de kerkmeester, had geld nodig voor de renovatie van de Vincentiuskerk. Hij had in de krant geschreven dat de kerk gesloopt werd als hij niks kreeg. Dat was in 1996. Ed Woerlee ging naar Jan Veerman en vroeg of hij kon helpen. ,,Eerst begon hij te schelden en te vloeken. Daarna kreeg ik vijfenveertig duizend gulden. Ik zeg: wat een gek bedrag, waarom geen vijftigduizend? Zegt hij: goed of niet goed? Wegwezen.''
Jan Veerman heeft misschien wel schuld, zegt Ed Woerlee. Maar hij krijgt de schuld niet. ,,Hij komt uit een grote familie. En er zijn veel mensen die weleens een beroep op hem hebben gedaan. De voetbalclub, arme weduwes, Jan Veerman trekt zijn portemonnee.'' En wat Jan Veerman deed, zegt Ed Woerlee, deed iedereen. ,,Ik stookte ook tussen wethouders om mijn zin te krijgen. Ik bouwde ook zonder vergunning.'' Jan Veerman kan zich gewoon laten zien in het dorp. Hij werkt, rijdt rond in zijn auto. Hij heeft niet hoeven verhuizen. Niemand scheldt hem uit.
Ed Woerlee weet wie in Volendam wel de schuld krijgt van de brand. Volendam '80. ,,Eigenlijk het hele gemeentebestuur'', zegt hij. ,,Maar Volendam '80 is zo stom geweest om geen schuld te bekennen.'' Volendam '80 was altijd de grootste partij van Volendam, met zeven van de eenentwintig zetels in de gemeenteraad. Half Volendam stemde er tot nu toe op, de PvdA'ers, CDA'ers en VVD'ers in de raad worden vooral gekozen door Edam (Volendam en Edam zijn samen één gemeente.) Een plaatselijke krant zocht uit hoeveel zetels Volendam '80 nu zou krijgen: twee. In januari zaten Volendammers nog te wachten hoe de fractievoorzitter van Volendam '80, Wim Keizer, zou oordelen over Jan Veerman. Zou die zeggen dat hij schuldig was, dan was hij schuldig. In maart veranderde dat. Het eerste rapport over de brand was verschenen, van de commissie Polak en Versteden (in opdracht van de provincie Noord-Holland). Er stond in dat de oud-wethouder van Volendam '80, Kees Schilder, de aanstelling van een brandpreventieambtenaar had tegengehouden. In het volgende rapport, van de commissie Alders (in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken), stond dat ook. En er stond in dat de 'bestuurscultuur' in Volendam was 'vastgeroest', dat belangen waren 'verstrengeld'. Er werd 'vriendjespolitiek' bedreven. Het was gewoon geworden dat beslissingen jaren werden uitgesteld, dat misstanden werden 'gedoogd'. Het hele gemeentebestuur had eraan meegewerkt. Maar vooral Volendam '80.
Maar dat was niet de reden dat Volendam '80 in maart opeens de schuld kreeg van de brand. Volendam '80 kreeg de schuld omdat de fractieleden in hun reactie op de rapporten geen verantwoordelijkheid namen voor die bestuurscultuur. De andere partijen trokken zich de kritiek in de rapporten erg aan. Ze zeiden dat ze 'veel van de brand hadden geleerd', dit nooit weer. Maar de fractieleden van Volendam '80 begonnen te schelden en te vloeken, ze waren woedend. In de rapporten stonden alleen maar leugens, zeiden ze. Volendam '80 was de enige partij die altijd had 'gevochten' voor de 'veiligheid van onze jeugd'. Volendammers waren verbijsterd. Het allerergste, vonden ze, was dat Volendam '80 niets over de 'slachtoffers' zei. Geen woord van medelijden.
,,Kees de Bok belt me vaak op'', zegt Ed Woerlee, de kerkmeester. Kees de Bok is de bijnaam van Kees Schilder, oud-wethouder van Volendam '80. ,,Hij klaagt dat het allemaal zo oneerlijk is. Ik ken hem goed, we waren samen lector in de kerk. Ik zeg: jij moet snappen dat jij ook moet zeggen dat jullie verantwoordelijk waren. Ja, zegt hij, maar twaalf jaar geleden dit en acht jaar geleden dat. Niks mee te maken, zeg ik. De mensen zien het anders en als jullie niet bekennen, verdwijnen jullie als partij. Ik zeg: je heet niet voor niks De Bok, je bent veel te rechtlijnig. Maar hij wil niet luisteren.''
IJsclub
In maart kwam er een foto van Wim Keizer op de lokale televisiezender. 'Wim Keizer = topcrimineel' stond erboven. Er stond ook een gedicht bij, anoniem. De eerste regels: 'Wat zit de angst diep. Moet ik mij niet uitspreken. Ja, maar... dan gaat mijn kop eraf.' De uitzending werd dagenlang herhaald. In november, toen een paar overlevenden van de discobrand in Götenborg op bezoek kwamen in Volendam, kreeg Wim Keizer een brief van de Belangenvereniging Slachtoffers Nieuwjaarsbrand. De overlevenden zouden naar het Volendams museum gaan, Wim Keizer - voorzitter van het museum - werd verzocht om ,,uit piëteit met de slachtoffers zijn aanwezigheid achterwege te laten''. Hem werd gevraagd om dit 'verzoek' binnen vijf dagen schriftelijk te bevestigen. Anders zou de Belangvereniging 'zich genoodzaakt zien' uit te wijken naar het Rijksmuseum in Amsterdam.
Wim Keizer heeft nog geen stenen door de ruiten gekregen, maar verder heeft hij alles meegemaakt wat Volendammers meemaken die het volgens het dorp verkeerd hebben gedaan. Sinds kort is hij onder behandeling van een psychiater,zegt hij. Hij slaapt al maanden nog maar twee uur per nacht.
Hij zit aan tafel met koffie en een stukje banketstaaf. Zijn vrouw is boven aan het stofzuigen. Tegenover hem zit Jan Kes, vroeger leraar aan de LTS, nu 'amateur-historicus'. Wim Keizer is onderwijzer. Hij overhandigt twee velletjes papier waarop zijn 'maatschappelijke loopbaan' staat beschreven. De ijsclub, de damclub, de zwemclub, de schoolvoetbalclub, de club die de voettochten naar Lourdes organiseert - overal is Wim Keizer voorzitter van, of van geweest. In augustus stond hij veertig jaar voor de klas, 'zonder ziekteverzuim'. ,,Ik ken iedereen in Volendam'', zegt hij.
Jan Kes, de amateur-historicus, neemt het woord. ,,Dat hele verhaal'', zegt hij, ,,is opgeschreven ten dienste van mensen die hun straatje willen schoonvegen''. Hij bedoelt het verslag van Arthur Ringeling van de Erasmus Universiteit Rotterdam die in opdracht van de commissie Alders de 'Volendamse bestuurscultuur' onderzocht. Wim Keizer onderbreekt hem. ,,Hoe kunnen wij de schuld hebben? Ze hebben ons in 1999 uit het college gekieperd, op dubieuze gronden. En sinds die tijd...''
Jan Kes: ,,Als ik even mag. Ik dacht: Ringeling, professor, universiteit, het zal wetenschappelijk wel heel betrouwbaar zijn.'' Wim Keizer: ,,Ik wil graag met een ander verhaal beginnen.'' Jan Kes: ,,Ik dacht: ik wil weten welke bronnen Ringeling gebruikt heeft. Ik wil de verslagen zien van de gesprekken die hij in Volendam heeft gevoerd.'' Hij pakt een stapel brieven. ,,Tot aan de minister ben ik doorgegaan. Maar ik krijg die verslagen niet. Ik ga nu naar de rechter.''
Wim Keizer: ,,Wij hebben geen schuld. Wij zaten allang niet meer in het college toen de brand uitbrak. Kees Schilder pleitte er juist altijd voor...'' Jan Kes: ,,Ik heb de technieken van Watergate bestudeerd en van Srebrenica. Wat hier gebeurt, is een typisch voorbeeld van scape goating. Je geeft de schuld aan de vorige ploeg en je gaat zelf vrijuit.'' Hij slaat met zijn hand op tafel. ,,Al die rapporten zijn bedoeld om IJsselmuiden en wethouder Visscher vrij te pleiten.'' Wim Keizer: ,,Op 30 november 2000 heb ik in de commissievergadering gepleit voor meer controle op de horeca. De ambtenaar die notuleerde, gooide zijn pen tegen het plafond en zei: hou er nou een keer over op, de andere partijen wíllen het niet. Of moet ik je opmerkingen soms standaard in de notulen zetten. Ik zei: doe maar.''
Jan Kes: ,,Moet je zien wat Ringeling schrijft over onze geschiedenis. 'Volendammers in hun schamele vissersplunje'. Wij hadden hier de duurste klederdracht van heel Nederland!'' Wim Keizer: ,,De hele gemeenschap is door het slijk gehaald.'' Jan Kes: ,,En op basis van deze drek gaat de nieuwe burgemeester beleid maken. Want dat zit erachter. Volendam moet kapot om het te offeren op het altaar van de gemeentelijke herindeling.'' Wim Keizer: ,,De hele gemeenschap vraagt zich af: worden we straks uitgeleverd aan Purmerend?''
Feestlichtjes
Half december richtten drie Volendammers een nieuwe politieke partij op: onderwijzer Loek Kras, bouwondernemer Albert Veerman, en Jan van 't Gat, vroeger eigenaar van café 't Gat van Nederland (zijn echte naam is Jan Veerman). Ze waren eerst lid van de VVD, maar daar kregen ze ruzie. Ze hebben nog geen programma, wel een naam: Recht door Zee. ,,Ze zijn slim'', zegt Ed Woerlee, de kerkmeester. ,,Ze denken: er hangen stemmen in de lucht en die pakken wij. Maar ik heb nog niemand een goed woord over ze horen zeggen.''
Loek Kras zit aan de keukentafel, Jan van 't Gat komt er even later ook bij. De derde oprichter van Recht door Zee, Ad Veerman, is met vakantie. De vrouw van Loek Kras schenkt koffie in en zet de koektrommel neer. Buiten vriest het. In alle tuinen branden feestlichtjes.
Jan van 't Gat: ,,In maart werden we met z'n zevenen gevraagd om bij de VVD te komen. De VVD is een Edammer partij, maar ze willen ook voor Volendammers zijn. We merkten snel dat we niet van nut waren. Ze wilden ons er alleen bij hebben om stemmen te trekken.'' Loek Kras: ,,Ik ging naar een partijbijeenkomst in Purmerend en hield een pleidooi voor de bebouwing van de Zuidpolder. Heel Volendam wil dat. Ik kreeg niet veel bijval.'' Jan van 't Gat: ,,Ze vergeleken Loek met een Volendam '80-figuur. Dat is dat hokjesgedoe hè. Als je opkomt voor de belangen van Volendam, ben je meteen een Volendam '80-figuur. Wij zijn nette mensen, wij schelden niet.'' Loek Kras: ,,Maar als het moet, sla ik met de vuist op tafel.'' Hij neemt een hap van zijn koekje en spoelt het weg met een slok koffie.
Jan van 't Gat: ,,We gingen met een paar mensen bowlen, we zeiden: het was een mooi avontuur, maar het heeft niet lang mogen duren. Zullen we wat nieuws proberen? We hadden nog twaalf dagen voor de sluitingsdatum van de inschrijvingstermijn. Na elf dagen was alles rond.'' Loek Kras: ,,We barsten van de ideeën.'' Jan van 't Gat: ,,Maar we houden ons nog een beetje op de vlakte, voordat we ons verspreken. We willen een frisse wind, nieuw bloed. We vinden: mensen moeten niet langer dan acht jaar in de gemeenteraad zitten.'' Loek Kras: ,,En geen dertig jaar. Onze hoofddoelstelling is: het vertrouwen in de politiek herstellen. Geen achterkamertjesgedoe. Luisteren naar de burgers, dan pas plannen maken. En niet zoals het nu gaat. De gemeente wil een nieuw stadhuis, een nieuwe bibliotheek, een nieuwe school. Er zijn tientallen nieuwe ambtenaren gekomen, de belastingen moeten met vijfentwintig procent omhoog. Wij zeggen: denk eerst na. Vraag eerst wat de burgers willen.''