Naar de inhoud

Iets is nooit meer gewoon

Bron: Parool

Iets is nooit meer gewoon
door Hanneke de Wit
In Volendam is gisteren een tijdelijke polikliniek geopend voor de slachtoffers van de nieuwjaarsbrand. Behalve chirurgie en fysiotherapie biedt de kliniek ook psychosociale hulp. In het Zweedse Gotenburg bestaat veel ervaring op dit terrein. Bij een discobrand tweeënhalf jaar geleden kwamen daar 63 mensen om het leven. Honderdzestig raakten ernstig gewond; een kleine twintig zijn blijvend gehandicapt, twaalf zwaar verminkt. Wat kunnen zij betekenen voor hun Nederlandse lotgenoten, die straks gehandicapt, misschien verminkt, thuiskomen?

Het gekke is, dat hij zich die nacht helemaal niet bewust is geweest van wat hem overkwam. In paniek was hij, met de massa, de brandende dis co uitgedreven; eenmaal buiten viel hij flauw. ''Drie maanden later heeft mijn zus mij een spiegel voorgehouden,'' zegt Masoud Owji. ''Ik was heel bedroefd, maar aan de andere kant, ik leefde nog. Dat is wat ik wil. Leven.''

Masoud Owji is één van de vierhonderd jongeren die in 1998, op 30 oktober, in het Zweedse Gotenburg een groots Halloweenfeest vierde, toen nog voor middernacht brand uitbrak. 63 jonge mensen vonden de dood. Alle overlevenden zijn volgens Lars Lilled, sinds de brand gemeentelijk coordinator van de hulpverlening aan slachtoffers en verwanten, op één of andere manier getraumatiseerd.

Ongeveer twintig jongeren zijn lichamelijk gehandicapt, van wie twaalf ernstig verminkt. Hoe gaat het met hen? Wat kunnen zij betekenen voor de gewonden die sinds de brand in nieuwjaarsnacht in De Hemel in Volendam nog in ziekenhuizen liggen? Die lichamelijk voor eeuwig zijn getekend, mogelijk net als Masoud ledematen moeten missen?
Masoud draagt, hoewel het in Gotenburg sneeuwt, een T-shirt met korte mouwen. Je ziet meteen dat hij zijn linkeronderarm kwijt is, dat zijn rechterarm en -hand zijn mismaakt. Zijn gezicht is één en al litteken; zijn baard groeit op slechts de helft ervan. Je vergeet het allemaal als je met hem praat - dan is Masoud gewoon een fantastische jongen, die geniet van wat hij wél kan.

De meeste discobezoekers waren allochtoon. Masoud, nu twintig, is van Iraanse komaf. De ouders van Damian Zasowski (19), die deze middag net als Masoud zijn verhaal zal vertellen, komen uit Polen en Hongarije. Verder zijn Mohammed Omer en Zuhir Hersi er, beiden negentien, uit Somalië en Parash Lama (24) uit Nepal.
Mohammed zat toevallig elders in een cafetaria toen de brand uitbrak, maar ook zijn leven is sindsdien niet meer hetzelfde. ''Onder de doden waren veel Somaliërs,'' zegt hij. Parash Lama ging met zijn jongere broer Norden naar het feest. Het zou hun laatste uitstapje samen worden.

''Rond half twaalf riepen de diskjockeys opeens dat er brand was, maar omdat we geen rook en geen vuur zagen, dachten we eerst dat het een grap was,'' zegt hij. Even later was er rook, eerst witte rook, toen zwarte rook, en daarna viel het licht uit. ''Het was geen brand waarbij de vlammen om zich heen sloegen, maar meer een verschrikkelijke hitte,'' zegt Parash. Negenhonderd graden moet het volgens Zuhir zijn geweest.

Parash: ''Meteen ben ik Nina, mijn vrien din, gaan zoeken. Ik zei dat ze op de grond moest gaan liggen, omdat ik dacht dat we daar minder last hadden van de rook. Zelf heb ik dat ook gedaan.'' Nina heeft littekens op armen en benen; Parash' linkerzijde - rug, arm, been - zal voor altijd herinneren aan de verzengende hitte op de vloer van het gebouw.
Damian Zasowksi is er lichamelijk goed afgekomen. ''Ik heb alleen keelpijn, als ik sigaretten rook.'' Geestelijk was de klap echter enorm. ''Parash heeft me er doorheen geholpen,'' zegt hij, waarop Parash verlegen antwoordt dat het omgekeerd was. ''Jij zat elke dag aan mijn ziekenhuisbed, jij hebt míj geholpen.''

Op school kon Damian het na de brand niet meer vinden. ''Elf medeleerlingen op het gymnasium waren bij de brand omgekomen. In één nacht was ons hele leven veranderd. In het begin deden we niets dan huilen, maar ook later kon ik me niet concentreren. Drie overledenen waren klasgenoten - dan zag ik die lege plaatsen.''
Damian heeft een jaar school gemist; nu gaat het weer, zegt hij. Of hij de ouders van de overleden schoolgenoten wel eens bezoekt? Nauwelijks, antwoordt hij. ''Het lijkt me erg moeilijk, want ze zullen zich misschien afvragen waarom ik in levenden lijve voor hen sta, terwijl zij hun zoon of dochter kwijt zijn.''

Anders dan in Volendam was de brand in Gotenburg aangestoken. ''Het eerste jaar was extra moeilijk, omdat we niet wisten door wie en waarom,'' zegt Zuhir Hersi. De brandstichters, vier jongens van Iraanse komaf, werden gevonden. In juni vorig jaar zijn ze veroordeeld tot straffen van drie tot acht jaar. ''Het geeft ons onze doden niet terug, maar we hebben het gevoel dat recht is gedaan,'' zegt Parash.
Ook Zuhir Hersi kon zich de eerste maanden na de brand niet concentreren; van naar school gaan was geen sprake. ''Je leeft in een shock, pas na een maand of vijf - Parash heeft het zelfs over een jaar - komen de echte gevoelens van verdriet naar boven.'' Hij praatte veelvuldig met familie, vrienden en een psycholoog. Wat de psycholoog voor hem kon doen? ''Vooral luisteren.''

''Zorg dat in Volendam niemand na een jaar, of na twee jaar, tegen de jongeren zegt dat het nu maar eens voorbij moet zijn, dat het hoog tijd wordt om weer gewoon te doen,'' adviseert Zuhir. Voor de Halloweenfeestgangers in Gotenburg is na tweeënhalf jaar nog niets 'heel gewoon'.

Lars Lilled denkt dat slachtoffers en verwanten nog zeker vijf jaar psychologische en andere steun nodig hebben. ''De herinnering aan de brand zal altijd blijven, maar het gaat er uiteindelijk om dat de slachtoffers niet meer helemaal in elkaar klappen als ze in een situatie terechtkomen die aan de catastrofe doet denken.''
Lilled en Claes Lind, die in het universiteitsziekenhuis de psychologische hulp coordineert, werken nauw samen met hulpverleners in Volendam. ''Misschien dat jongeren die de discobrand in Gotenburg overleefden, in de toekomst via internet kunnen corresponderen met lotgenoten uit Volendam,'' suggereert Lind.

Ook brandweerlieden, politieagenten en hulpverleners die meteen toen de brand uitbrak in touw waren, raakten getraumatiseerd. Claes Lind zegt over een studente die die nacht toevallig in het ziekenhuis werkte. ''Ze is zelfdestructief geworden, alcoholiste en ze valt steeds op de verkeerde mannen.'' Hijzelf, zegt Lind, heeft zijn opgroeiende dochters verwaarloosd in de eerste anderhalf, twee jaar na de brand. ''Ik had nauwelijks tijd om mijn eigen leven te leiden.''

Journaliste Eva Parkrud kreeg een schuldgevoel, omdat ze meteen na het uitbreken van de brand ter plekke was voor haar krant, Göteborgs Posten. ''Had ik niets moeten doen? Pas veel later realiseerde ik me dat ik echt niets had kunnen doen, dat ik hulpverleners alleen maar in de weg had gelopen.''

Wat met De Hemel in Volendam gaat gebeuren, is een nog onbeantwoorde vraag. Ongeveer honderdtwintig jongeren hebben het café, vanwege de rouwverwerking, bezocht. ''Het is voor slachtoffers heel belangrijk te kunnen terugkeren naar de plaats van de ramp,'' zegt Lars Lilled. In Gotenburg heeft de gemeente de onheilsdisco van de eigenaar gehuurd, zodat ze vrij spel heeft. ''Veel ouders van omgekomen jongeren, en jongeren zelf, zijn er geweest, sommigen zelfs meer dan eens.''

De disco zat op de eerste etage: er zijn nieuwe ramen ingezet. Het gebouw, in rode baksteen, oogt streng en zakelijk; op de buitenmuur zit een herinneringsplaquette. Ervoor staat een iets gebogen bank met de portretten van 52 van de 63 overleden jongeren. Rond Valentijnsdag zijn de vrienden voor het laatst langs geweest: tussen de foto's zijn rode rozen gestoken, voor de portretten liggen knuffels.

De wonden zijn diep. Parash vertelt dat hij en Nina een zeven maanden oude dochter hebben, Carisma. ''Net als ieder stel hebben we problemen, maar ik geloof wel dat ze bij ons, door het verdriet diep in ons, groter zijn.'' Nina wil niet praten over wat het voor haar betekent dat ze littekens heeft. ''Ze is sterk, maar het is moeilijk voor haar, omdat het uiterlijk voor een vrouw nu eenmaal belangrijker is dan voor een man.'' Toch, ook Parash is zich altijd van zijn littekens bewust. ''Laatst was ik op vakantie op de Canarische eilanden. Dan is het steeds: zal ik mijn T-shirt uitdoen? Of zullen de mensen dan kijken en me vragen gaan stellen? Uiteindelijk heb ik mijn shirt toch maar aangehouden.''

Hij laat de littekens zien en, op zijn bovenarm, het getatoeëerde portret van zijn broer Norden. Omdat de ziekenhuizen in Zweden overvol waren na de brand, was Norden naar Noorwegen gebracht. ''Daar is hij overleden. Hij is in Gotenburg begraven, maar ik lag in het ziekenhuis en kon niet naar de begrafenis. Dankzij deze tatoeage heb ik Norden altijd bij mij.'' Parash heeft het gevoel dat hij Norden niet echt kwijt is. ''Ik weet dat hij ergens hierboven voortleeft, ik wens hem daar geluk en hoop dat het hem goed gaat.''

Parash kon net als Damian en Zuhir na de brand zijn draai op school niet meer vinden. ''Ik ben naar het volwassenenonderwijs gegaan, kwam steeds te laat, maar had dan geen zin uit te leggen hoe het kwam. Tenslotte ben ik gaan werken in de naschoolse opvang voor acht- tot vijftienjarigen.'' Hij werkt bovendien voor BOA, een organisatie die aanvankelijk de ouders van de slachtoffers hielp hun weg te vinden in de wirwar van emoties, verzekerings- en juridische zaken. ''Nu die zaken zijn afgehandeld, gaan we ons op de jongeren richten.''

Mensen als Parash, Zuhir, Damian en Masoud hebben hun leven opgepakt, ze zijn vastbesloten er weer richting aan te geven. ''Maar andere brandslachtoffers zijn gedeprimeerd, komen hun huis niet meer uit of hebben hun toevlucht gezocht in drugs.'' Parash vertelt dat hij samen met Lars Lilled probeert hen te bereiken via de 'leiders'. ''Hebben we hen over de streep getrokken, dan volgen de anderen ook,'' verwacht Parash. ''We organiseren kampen en andere activiteiten, zodat ze met lotgenoten kunnen praten.''

Niet iedereen kan het leven weer aan zoals Masoud Owji, een zondagskind. ''Ik was voordat dit me overkwam, altijd opgewekt. Ik bekijk het leven van de vrolijke kant. Dat is niet veranderd, nu ik gehandicapt ben. Er is immers een heleboel, dat ik wél nog kan? Ik werk voor BOA en ik volg een cursus omdat ik later filmregisseur wil worden. Elke woensdag rijd ik paard - dat is écht verschrikkelijk leuk. En één keer in de week krijg ik een massage, omdat dat goed is voor mijn lichaam. O ja, vandaag had ik eigenlijk willen gaan skiën, maar daar kwam iets tussen.''

Heeft hij zijn droefheid misschien diep weggestopt? ''Nee,'' zegt hij, ''ik ben wel bedroefd geweest, maar het leven gaat verder. Dat is wat ik ook tegen de mensen in Volendam wil zeggen. Kop op, je leeft.''

Kortgeleden heeft Masoud zijn rijbewijs gehaald. Hij heeft een auto met automatische versnelling, maar zonder speciale aanpassingen. ''Loop maar even mee,'' zegt hij, ''dan laat ik hem zien.'' Hij stapt in een mooie grijze auto, start hem en scheurt weg. We zwaaien, maar terugzwaaien, nee, dat gaat niet.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.