Naar de inhoud

IJshockeyer Lars Kan (10) verdedigt de eer van oranje

Bron: Prettig Weekend

lars

Stel, je bent tien jaar en je mag al uitkomen voor een nationaal team. Samen met ploeggenoten afkomstig uit het hele land, reis je begin januari af naar Duitsland om daar een zeer sterk bezet internationaal toernooi af te sluiten met een eervolle tweede plaats. Is dat een droomstart van dit nieuwe jaar of niet? Het overkwam Lars Kan uit Monnickendam. Zijn sport is ijshockey en Lars is een van de twee goalies van de Nederlandse ploeg onder de 12 jaar. Lars speelt al ijshockey sinds zijn vijfde en is lid van Amstel Tijgers uit Amsterdam.

Er gaat veel tijd in Lars’ passie zitten, maar dat hebben hij en zijn ouders er graag voor over. Vader Sander is al 30 betrokken bij het ijshockey in Amsterdam betrokken en hij wees Lars de weg waarna de jonge Monnickendammer de smaak snel te pakken had. ,“Eerst was ik gewoon speler’’, vertelt Lars Kan, “en dat was leuk maar ik vond keepen toch leuker. Toen ik er echt voor ging trainen wilde ik helemaal graag ‘goalie’ worden. Dat is gelukt.’’

Bij ijshockey mag de keeper de puck waarmee gespeeld wordt tegenhouden met alle onderdelen van zijn bescherming. Er zijn speciale technieken voor de goalie om de kans dat hij de puck ook echt tegenhoudt, te vergroten. Een bekende techniek is de butterfly-stijl. De goalie laat zich dan op z’n knieën vallen en spreidt de onderbenen om het lage deel van het doel af te schermen. Met het bovenlichaam en met de altijd forse handschoenen worden dan de hoge schoten gestopt. Het spreekt vanzelf dat er heel wat geoefend moet worden om deze en andere aspecten van de ijshockeysport echt onder de knie te krijgen.

“Op maandag train ik in Den Haag, op dinsdag en donderdag in Amsterdam en op woensdagen proberen we zoveel mogelijk droogtraining te doen,” legt Lars zijn drukke trainingsschema uit. “De wedstrijden zijn op zaterdag of zondag. Soms ook wel op beide dagen. Nou en dan hebben we één keer per maand training met het nationaal team. In Eindhoven is dat.”

De wedstrijden die van Lars met de Amstel Tijgers vinden plaats op landelijk niveau dus door heel Nederland. “Groningen, Geleen, Dordrecht, Tilburg,” somt Lars op. “Het is eerst een bekerronde en daarna het Nationaal Kampioenschap. Als je de bekerfinale haalt, heet dat ‘Super Sunday’. Dat is ook echt een Super Belevenis.”

Toen Lars Kan negen jaar oud was, werd hij uitgenodigd om in Dordrecht deel te gaan nemen aan bondstrainingen voor keepers. Als snel volgde een invitatie voor de teamtrainingen van het Nederlands Team. “Ik heb alle trainingen mogen meedoen,” vertelt Lars trots, “en daarom ben ik ook uitgenodigd om mee te doen aan het internationale toernooi in Mannheim. Twee dagen voor het toernooi in Duitsland speelden we een vriendschappelijke wedstrijd tegen Düsseldorf en die wonnen we al! Op 2 januari gingen we weg. Vanuit Eindhoven met de bus.

’s Avonds moesten we twee wedstrijden spelen en de volgende dag vijf. Het ging goed. Op de derde dag wonnen we de halve finale en toen waren we dus in de finale. Voordat die wedstrijd begon, werd het Wilhelmus gespeeld. Dat was fantastisch, maar de finale verloren we. Wel jammer. 3-0 werd het. Maar het was een mooi debuut, ik heb veel geleerd en de spanning van de wedstrijden meegemaakt. Er waren drie bondscoaches bij onze ploeg en een echte teammanager. Dat was wel stoer.”

Marc-Andre Fleury, de goalie van de Pittsburgh Penguïns, is het grote idool van Lars Kan. “Ik draag zelfs zijn rugnummer, 29,” roept de jonge ijshockeyer enthousiast. “Tijdens de Olympische Spelen straks hoop ik weer veel goede goalies te zien. Mijn droom is om met mijn team later ook naar een Olympische Spelen te gaan. Net als onze trainer, Ron Berteling. Die heeft in 1980 aan de Olympische Spelen meegedaan. Ik zit nu in de U12, under twaalf jaar betekent dat, en daarna komt de U14 en de U17 en dan ga je naar de senioren. Ik hoop zo hoog mogelijk te spelen en veel te trainen. Maar mijn ouders zeggen dat school het allerbelangrijkste is. Daarom hoop ik ook een goede school te vinden waar je zoveel mogelijk kunt blijven trainen en wedstrijden spelen en toch ook je schoolwerk kunt doen. Nu zit ik nog op de Gouwzee in groep 7. Dat is ook goed.”

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.