Henk Nooij maakt zware trektocht door Noord-India

Edammer Henk Nooij (72) staat bekend als iemand die gehard is in het maken van avontuurlijke tochten door bergketens in verre oorden. Hierbij laat hij zich nog steeds niet hinderen door zijn leeftijd, want er zijn ook mensen die op hun 72e levensjaar stilletjes aan zitten te denken welke aanleunwoning bij de Meermin binnenkort beschikbaar komt. Henk heeft dergelijke gedachten in het geheel niet. Al jarenlang wilde de avonturier een winter-trektocht maken door de Zanskar vallei, in Ladakh, een noordelijke provincie van India. “Het ontbrak helaas aan voldoende mafkezen om de zaak op de rit te krijgen”, laat Henk met een grote grijns op zijn gezicht weten, als ik naar de achtergrond van de trektocht informeer. “Gelukkig hebben ze er in België voldoende, dus kon ik aansluiten bij een gezelschap Belgen dat van 26 januari tot 15 februari deze tocht wilde maken.”
Extra ballast
Na een vlucht van Brussel naar Dehli en ‘n overstap naar Leh (hoofdstad van Ladakh) kon men beginnen aan een fascinerende tocht over bevroren delen van de Zanskar-rivier, hier en daar afgewisseld door klauterpartijen door de bergen, omdat er op sommige delen geen ijs op de woest stromende rivier te bekennen was. Dit alles op een hoogte van gemiddeld 3600 meter. Wat Henk als extra ballast met zich mee moest slepen was een vervelende blessure aan zijn knieschijf die even een spelbreker leek te zijn. “Ik besloot er toch voor te gaan en hoopte dat het gedurende de tocht weg zou trekken.” Een aanname die klopte als een bus. Aan het eind van de tocht was Henk 7 kilo lichter en in een blakende conditie.
Spekglad ijs
De tocht ging over een afstand van zo’n 200 kilometer over de Zanskar-rivier. Naast de 11 gasten uit de Benelux bestond het gezelschap uit gidsen en personeel dat de houten sleetjes met de grote bagage met zich mee sleepte. Onder de stevige laarzen werden mini stijgijzers geplaatst om voldoende grip op het spekgladde ijs te krijgen. Op een ijspad dat hier en daar niet veel breder dan 1 meter was trok men langs een kolkende ijsrivier richting Leh. “Je kunt er van uit gaan dat zodra je in de rivier valt het in de meeste gevallen einde verhaal is”, benadrukt Henk nog eens de risico’s die de deelnemers bewust namen.
IJspaleis
De overnachtingen vonden plaats in lokale gebouwtjes langs de rivier of in tenten. Met een temperatuur van -10 binnen in de tent kun je met recht spreken van een ijspaleis. “De temperaturen, de wind en de verraderlijke eigenschappen van de bergen kunnen je heel snel op het verkeerde been zetten. Je moet zorgen voor goede kleding, een goede skibril, stevig schoeisel en dikke zalf die je gezicht beschermt tegen de elementen. Ook belangrijk is dat je alles dubbel mee neemt in je rugzak want bij een nat pak moet je zo snel mogelijk in droge kleren zien te komen.”
Naar Tibet
Wie denkt dat Henk een stapje terug gaat doen komt bedrogen uit want in juli staat er weer een tocht op stapel. “Het wordt wel een stuk minder heftig want ik ga met mijn kleinzoon een 14-daagse tocht door Tibet maken. We gaan van Lhasa naar Kathmandu in Nepal en dat belooft weer iets heel moois te worden. Of ik de Yeti al eens gezien heb? Die komt alleen tevoorschijn als er al een tijdje niets over geschreven is. Het verhaal heeft veel weg van Loch Ness.”