Bezwaar uitbreiding industrieterrein ‘Oosthuizerweg’ Edam
De gemeente Edam-Volendam is van plan het bestaande bedrijventerrein Oosthuizerweg uit te breiden met 5.6 ha grond (zie bijgaande illustratie). Wij ‘de Stichting ook Vogels hebben Bouwdrift’, een stichting die opkomt voor de belangen van natuur en landschap in onze gemeente, hebben bezwaar tegen de uitbreiding. Hier in staan wij niet alleen. Het gemeentebestuur van Purmerend is ook geen voorstander. Ze meldt dat de Baanstee-Noord een regionale bedrijvenlocatie is die voor de lange termijn voldoende ruimte biedt, ook voor ondernemers uit onze gemeente.

Waarom wil de gemeente dan toch de uitbreiding in Edam? De afstand naar de Baanstee-Noord kan geen nadeel zijn. De reistijd van Volendam naar het industrieterrein Baanstee-Noord is net zo lang als de reistijd van Volendam naar het industrieterrein Oosthuizerweg, namelijk 9 minuten. Als de nieuwe ontsluitingsweg naar de N244 er komt is de reistijd naar de Baanstee-Noord zelfs korter. Behalve dat de Baanstee-Noord nog grotendeels leeg staat, wordt in Edam-Volendam nog 22.000 m2 bedrijfsruimte aangeboden (bron Funda).
Omdat wij de noodzaak ervan niet inzien, maken we bezwaar omdat een uitbreiding van het bedrijventerrein een aantasting voor het landschap betekent, het agrarische karakter met de bijbehorende karakteristieke slootjes verdwijnt, evenals een soepele overgang naar de polder de Zeevang (Natura 2000-gebied). Tussen de bedrijventerreinen “Oosthuizerweg’ en “Baanstee-Noord zal circa 700 meter zitten. Dit komt er eigenlijk op neer dat ze aansluiten op elkaar.
Ook zal het milieuschade veroorzaken door de toename van fijn stof en verstoring door geluid en nachtverlichting (deze kan het biologische dag- en nachtritme van dieren verstoren en planten worden beïnvloed in hun groeiwijze) en een aantasting zijn van natuur- en ecologische waarden. In het gebied worden beschermde plant- en diersoorten aangetroffen, zoals de Grutto (rode lijst), Tureluur (rode lijst), de Bittervoorn (rode lijst) ,de Kleine modderkruiper, de Rugstreeppad (rode lijst) en de Meervleermuis (beschermd). Deze laatste jaagt bij voorkeur vlak boven grote open wateren. De oever van de Purmerringvaart fungeert als vliegroute naar het Markermeer. Juist deze uitbreiding van het industrieterrein blokkeert deze vliegroute. Daarbij hebben ze ook last van de nachtverlichting.
Conclusie
Wij hopen dat de Provincie kritisch kijkt naar het algemeen belang. Dit houdt in een evaluatie van de noodzaak voor uitbreiding.
St. ‘Ook vogels hebben bouwdrift’