Marie Rijswijk-Buyten (92) heeft mooie herinneringen aan wederopbouwtijd
In 2012 overleed Louis Rijswijk. Hij was jarenlang het gezicht van de autogarage in het centrum van Edam. Ook was hij een periode bestuurslid van de toenmalige middenstandsvereniging. Zijn vrouw Marie (bijna 93) heeft een scherpe geest en brengt op onderhoudende wijze vele herinneringen terug.
“We hebben ons bedrijf vanuit het niets opgebouwd”
Louis Rijswijk kwam na de oorlog als monteur aan het werk bij Griep en Beumer, een garagebedrijf aan de Schepenmakersdijk, het huidige pand van Fietsverhuurder Ton. Toen de heer Beumer stopte nam Louis zijn plaats over. Een samenwerkingsverband van negen jaar volgde.
Benzinepomp
“Vervolgens ging mijn man als zelfstandige verder in de Grote Kerkstraat, het pand waar later de familie Schot kwam wonen en werken. In eerste instantie hadden we niets: zelfs de sleutels moesten worden aangeschaft. Stap voor stap bouwde mijn man een florerend bedrijf op. In de loods werden reparaties uitgevoerd. We hadden nog geen dealerschap of een benzinepomp. De pomp kwam er later trouwens wel.” Het pand werd al snel te klein en in de Grote Molensteeg werd een extra garageruimte betrokken.
In 1961 kwam de garage van de heer Sanders te koop. Die werkte vanuit een voormalige boerderij aan de M. Tinxgracht. Sanders ging op een andere locatie verder. Hij was beducht voor de concurrentie van Rijswijk en wilde het pand dan ook niet aan de Edammer verkopen. De heer Schneider, een Duitser, werd de nieuwe eigenaar.
De oorlog
De oorlog was nog lang niet verwerkt, zeker niet voor Marie, afkomstig uit een familie (Buyten) die zeer actief was in het regionaal verzet tegen de nazi’s. Al snel bleek dat de nieuwe eigenaar als Duitser weinig voeten aan de grond kreeg in Edam. Redelijk vlot hierna kwam Schneider met het voorstel om het woon-werkpand over te nemen. Die deal werd snel gemaakt. “We kregen er een enorm bedrijfsoppervlak bij. En nog eens vijf garageboxen en een enorm achtererf, de vroegere tennisbaan in de Grote Kerkstraat.”
Morris
De familie Rijswijk werd Morris dealer, de Engelse autofabrikant. Maar organisatorisch liep dat niet echt lekker. Veel onderdelen kwamen vaak te laat overzee. Na enige tijd werd besloten om het logo van Peugeot op de voorgevel te plaatsen, als subdealer van dit Franse merk.
Herman Schilder
Ondertussen was er ruimte gekomen voor personeel. Een jonge Herman Schilder kwam onder meer op de loonlijst te staan. Rijswijk bleef zoeken naar een zelfstandig dealerschap. Dat werd gevonden in Datsun. “Het leverde ons in de loop der jaren mooie reisjes op. Mijn man is twee maal in Japan geweest en samen kwamen we in Mexico en bijvoorbeeld Barcelona terecht.”
Die reisjes waren het gevolg van zeer goede verkoopcijfers, zoon Teun speelde hier een grote rol in!
Nissan
Na het verdwijnen van Datsun werd de garage het regionale verkooppunt voor Nissan en ontstond er een zeer gezond, goedlopend bedrijf dat eind jaren tachtig werd overgenomen door Herman Schilder. Die verplaatste vele jaren later het autobedrijf naar de Oosthuizerweg. Nadat hij zijn bedrijf op de rit had gezet, was het tijd om ook andere zaken op te pakken. Zo werd Louis in de jaren zeventig bestuurslid van de toenmalige winkeliersvereniging.
Bestuursfunctie
“Drogist Jan de Graaf en mijn man waren vrienden. Jan was in die tijd voorzitter. Samen met Jan Cloosterman, de latere voorzitter, Ernst Günther (‘de gangmaker’), Piet Hink van de Spar, Anton Burghouts, de kleermaker en kapper Joop Siegers werd er regelmatig en om en om thuis vergaderd. Dat was echt gezellig! Eerst kwamen de serieuze zaken op tafel en daarna was het tijd voor een borreltje. Het werd regelmatig flink laat…”
Herman Nordmann
Marie herinnert zich nog goed de Sint intochten. “Herman Nordmann was heel geliefd; een echte Sinterklaas voor de kinderen. Na de intocht kwam hij altijd bij ons thuis met zijn vrouw Alie om af te schminken, op te frissen en om te kleden. Dan werd er rond vier uur een borrel geschonken. Ik hoor Herman – hij hield van citroen brandewijn – nog zeggen: Marie wat glijden ze er weer lekker in!” In de dagen floreerde Edam. “De huidige kaasmarkten hadden in die jaren al een voorloper. De heer Mostert was de grote animator. Onze dochter Willy is zelfs nog kaaskoningin geweest.”
Stapelaar
Na hun pensionering en verkoop van het bedrijf werden zowel Marie als Louis vrijwilliger van de huidige kaasmarkten. “Louis werd stapelaar, drager was te zwaar. Zelf stond ik jarenlang achter een kraampje waar je het gewicht van kazen kon raden.” Veertien jaar lang bleven ze betrokken bij de kaasmarkten. “Dat was erg leuk! Elke woensdag eindigde het met een nazitje bij de Prinsenbar.”
Kapper
Marie meldt tussendoor dat zij de ‘oorzaak’ is van de komst van kapper Martin de Haan. “Hij was kapper in Hoorn en wilde graag voor zichzelf beginnen. Toen kapper Karregat stopte bleef alleen Siegers over als dameskapper. Martin heeft toen – op mijn advies - de stap naar Edam gemaakt.”
En ze heeft nog stof voor ‘om een hele krant te vullen’. In niets is te merken dat Marie Rijswijk binnenkort 93 wordt. Ze mist haar man dagelijks en heeft enorm veel pijn aan het overlijden van haar tweede zoon Piet, die enkele jaren geleden veel te vroeg is gestorven. Maar vanuit haar woning aan de Versteeghsingel met uitzicht op de Zwanenvijver is ze nog goed op de hoogte van het wel en wee in haar stadje, waar ze met haar man met heel hard werken een mooi bedrijf opbouwden.
