College Waterland stelt voor € 600.000 aan bezuinigingen voor in sociaal domein
- Kennisnemen van het gewijzigde voorstel van het college om de politieke taakstelling in het sociaal domein terug te brengen van € 1.700.000,- naar € 1.100.000,-
- Kennisnemen van de besparingsmogelijkheden tot € 1.100.000,- in de uitvoeringsagenda Sociaal domein 2.0.
1. Inleiding
In augustus 2018 is de gemeenteraad geïnformeerd over het pakket maatregelen (Plan van aanpak en beleidsmatrix) dat er toe moet leiden dat de tekorten in het sociaal domen worden teruggedrongen.
Op basis daarvan is de Uitvoeringsagenda 1.0 opgesteld met maatregelen tot een bedrag van € 500.000, -. Deze is besproken in de Klankbordgroep Sociaal domein en geagendeerd bij de begrotingsbehandeling in uw raad. Tijdens de bespreking is aangekondigd dat een uitvoeringsagenda 2.0 wordt opgesteld, mede op basis van de uitkomsten van extern onderzoek door bureau Cebeon. De uitkomsten van dit onderzoek zijn vastgelegd in het rapport "Betere beheersbaarheid sociaal domein gemeente Waterland". (Hierna rapport Cebeon).
In het rapport Cebeon zijn de posten waarvan het bezuinigingsbedrag nog niet duidelijk was (PM-posten) ingevuld met een bedrag waardoor wij de totale taakstelling kunnen vaststellen en uitwerken in de uitvoeringsagenda 2.0. Ook zijn aanvullende - door Cebeon voorgestelde - maatregelen overgenomen.
Wij bieden u hierbij de uitvoeringsagenda 2.0. aan met maatregelen voor een bezuinigingstaakstelling van € 1.100.000, -. Dit is inclusief de eerder opgelegde taakstelling van € 500.000,- uit de uitvoeringsagenda 1.0. In het rapport Cebeon zijn de posten waarvan het bezuinigingsbedrag nog niet duidelijk was (FM posten) ingevuld met een bedrag waardoor wij de totale taakstelling kunnen vaststellen.
1.1. Het college stelt voor om € 1.100.000,- als politieke taakdelling te hanteren.
Het college heeft eerder als beleidsuitgangspunt gehanteerd dat de inkomsten van het sociaal domein gelijk moeten zijn aan de uitgaven, mits dit past binnen een 'sociale uitvoering'. Op basis van gegevens van Pauw heeft het college tot op heden als richtbedrag hiervoor € 1.700.000,- aangehouden.
Het College stelt nu voor om € 1.100.000,- als politieke taakstelling te hanteren. Dit bedrag is gebaseerd op wat Cebeon heeft berekend als maximaal haalbaar bedrag als de gemeente Waterland de maatregelen doorvoert uit het rapport Cebeon. Het College gaat ervan uit dat de voorstellen van Cebeon realiseerbaar zijn, maar dat hierbij wel het maximaal haalbare (passend binnen een 'sociale uitvoering') is bereikt.
1.2. Met een taakstelling van € 1.100.000,- kunnen we de kosten van bet sociaal domein de komende jaren terugdringen, met behoud van de kwaliteit van de zorg voor inwoners die het echt nodig hebben.
Het rapport Cebeon kwam tot stand door de gemeente te vergelijken met zes gemeenten met ongeveer dezelfde kenmerken als Waterland.
De vergelijking met de gemeenten maakt duidelijk dat de netto lasten van Waterland met name bij Basisondersteuning en Minimabeleid relatief laag zijn en in mindere mate ook bij Jeugdhulp. Bij Wmo maatwerk en Participatie & overig inkomen daarentegen heeft Waterland juist relatief hoge netto lasten. De lasten van de toegang (Sociaal teams) kennen een vergelijkbaar niveau. De verdeling van de taakstelling is hier mede op gebaseerd.
Uitgangspunt bij de taakstelling is, is dat de zorg en ondersteuning zo licht mogelijk, zo kort mogelijk, maar wel adequaat en passend, binnen verantwoorde financiële kaders georganiseerd kan worden. De maatregelen zijn gericht op investeringen aan de voorkant (preventie en vroegsignalering) zodat dure
maatwerkvoorzieningen voorkomen worden. Deze maatregelen zijn opgenomen in de uitvoeringsagenda 2.0. De verdeling van de taakstelling over de werkvelden is als volgt:
- Participatie € 436.000
- Wmo € 407.000
- Jeugd € 257.000
- Totaal € 1.100.000
De uitwerking van de taakstelling doen wij op basis van de ingezette maatregelen in de uitvoeringsagenda 1.0 en de aanbevelingen uit het rapport Cebeon.
2.1. Het terugdringen van de kosten van het sociaal domein mogelijk door grotere inzet op transformatie.
Het geschetste relatieve uitgavenpatroon van Waterland duidt erop dat een verdieping van de transformatie van het sociaal domein nodig is om een toereikend aanbod van voldoende kwaliteit ook op termijn financieel mogelijk te maken. Dit vraagt om een samenhangende aanpak, waarbij het verder verbreden en versterken van verbindingen cruciaal is.
- verbindingen met de sociale basis: burgers en maatschappelijke partners (informele organisaties);
- verbindingen met ketenpartners: aanbieders en externe verwijzers;
- verbindingen intern: tussen de verschillende taakvelden en teams binnen de gemeente en met buurgemeenten in de regio.
In het rapport Cebeon wordt een aantal maatregelen benoemd die in samenhang met elkaar uitgewerkt worden. Sommige maatregelen zijn een verdere uitwerking en verdieping van maatregelen die al in de uitvoeringsagenda 1.0 zijn ingezet. Andere maatregelen zijn nieuw en zijn vooral gericht op het versterken va n preventie en vroegsignalering.
2.2. We integreren de maatregelen uit de uitvoeringsagenda 1.0 in de uitvoeringsagenda 2.0.
De uitvoeringsagenda 1.0 bestond uit 42 maatregelen die waren gerangschikt binnen de werkvelden van het Sociaal domein (bedrijfsvoering, Wmo, Jeugd en Participatie) en geclusterd in 3 hoofddoelen:
- Sturen op instroom, passende toekenning en herindicatie en uitstroom.
- Efficiency, terugdringen interne kos ten en kosten van externe partijen.
- Versterken preventie en algemene voorzieningen.
De maatregelen leidden tot een taakstelling van € 500.000, -.
De integratie van de uitvoeringsagenda 1.0. betekent dat ook dat "Bedrijfsvoering" als apart werkveld verdwijnt. Door deze besparingen integraal op te nemen in de uitvoeringsagenda 2.0. maken we ze bij de verschillende werkvelden inzichtelijk.
2.3. De uitvoeringsagenda kent nog een aantal kansen en risico’s die vooral het tempo van de uitvoering kunnen beïnvloeden.
De kans is groot dat het Rijk meer geld aan het gemeentefonds toevoegt voor de uitvoering van de WMO en Jeugd. Daar staat tegenover dat het rijk onlangs een korting op het BUIG-budget voor de Participatiewet heeft aangekondigd omdat minder is uitgegeven op het Macro-budget.
Met de mogelijk extra middelen van het rijk kunnen we sterker inzetten op de benodigde investeringen in de ICT en de sociale basis en zo de kosten sneller terugdringen. De investeren in de ICT zijn noodzakelijk voor meer efficiency. De investeringen in de sociale basis vragen ook tijd om de processen met elkaar en met de welzijns-en zorginstellingen zorgvuldig te doorlopen. We verwachten dat we hiermee kostenbesparingen realiseren en de inzet van dure hulp en voorzieningen terugdringen.
Dat betekent dat we de taakstelling van € 1.100.000,- en de daarbij behorende transformatie van het sociaal domein de komende tijd gefaseerd uitwerken.
2.4. De schaal van de gemeente betekent een kwetsbaarheid bij de de uitvoering van de maatregelen.
Cebeon stelt dat de gemeente op alle terreinen kwetsbaar is in de uitvoering van maatregelen door de (te) kleine schaal van de gemeente. Bij de uitvoering van de participatiewet wordt door Cebeon de kleine schaal van de gemeente (zelfs in combinatie met Landsmeer) als één van de factoren aangewezen voor de financiële tekorten. De kosten voor externe inhuur zijn bij uitval van medewerkers relatief hoger dan bij een grotere gemeente en dat zien wij ook terug in de werkelijke uitgaven.
Ook bij de uitvoering van de maatregelen bij de uitvoeringsagenda 1.0 zien we vertragingen omdat bij personele ontwikkelingen(langdurige ziekte en/ of het vertrek van medewerkers) onvoldoende capaciteit overblijft om werkzaamheden over te nemen zodat deze blijven liggen. Dit blijft ook een kwetsbaarheid bij de uitvoeringsagenda 2.0 waardoor het realiseren van de taakstellingen achter kan blijven. De oplossing van de schaalproblematiek met name bij de uitvoering van de Participatiewet stellen wij mede afhankelijk van de uitkomsten van het debat over de bestuurlijke toekomst.
Financiële toelichting
De financiële uitwerking van de uitvoeringsagenda 2.0 wordt u voorgelegd bij de begroting 2020. Daarin staat in elk geval:
- De fasering en tijdsplanning van de maatregelen;
- De fasering en tijdsplanning van de benodigde investeringen;
- De mogelijk extra inkomsten voor WMO en Jeugdhulp en de aangekondigde korting op de BUIGgelden voor de Participatiewet vanuit het Rijk.
Uitvoering en planning
- We bespreken de uitvoeringsagenda 2.0. op 20 mei met de adviesraad Sociaal Domein en informeren u over de opmerkingen en advisering van de adviesraad.
- Begin juni organiseren wij een bijeenkomst voor de Klankbordgroep Sociaal domein om de uitvoeringsagenda 2.0. te bespreken.
