Gezamenlijke aanpak invoering 30 km/uur op busroutes in Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland en Wormerland
Bron: Vervoerregio Amsterdam
Gemeenten, vervoerders en de Vervoerregio Amsterdam werken nauw samen aan een zorgvuldige invoering van 30 km/uur-wegen op busroutes. De nieuwe werkwijze versterkt de gezamenlijke ambitie om de regio veiliger te maken, zonder dat dit ten koste gaat van de bereikbaarheid. Foto: Wethouders in de vervoerregio spreken hun steun uit voor de gezamenlijke aanpak van 30 km/uur op busroutes.
Marja Ruigrok, vicevoorzitter van de Vervoerregio Amsterdam: “De overgang naar 30 km/uur is een enorme stap richting veiliger verkeer. Dat vraagt om slimme oplossingen voor busroutes, zodat mensen ook in de toekomst snel en betrouwbaar met de bus kunnen reizen. Met deze aanpak brengen we veiligheid en bereikbaarheid in balans, samen met onze gemeenten en vervoerders.”
Er zijn al een aantal wegen in beeld in Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland en Wormerland waar de maximumsnelheid mogelijk omlaag gaat, die wegen zijn hieronder te zien. (tekst gaat verder onder de afbeelding)
Samen werken aan veilige bereikbaarheid
Steeds meer gemeenten in de vervoerregio voeren de maatregel in om de maximumsnelheid op veel wegen te verlagen van 50 naar 30 km/uur. Daarmee dragen zij bij aan de ambitie om in 2050 nul verkeersslachtoffers te hebben. De maatregel vraagt om een zorgvuldige afweging, omdat lagere snelheden gevolgen kunnen hebben voor de doorstroming van het openbaar vervoer.
Om dat goed te begeleiden, hebben de Vervoerregio, gemeenten en vervoerders een gezamenlijke werkwijze ontwikkeld. Die richt zich op drie uitgangspunten:
- Veiligheid: effectieve invoering van 30 km/uur op wegen waar dat het meeste verschil maakt;
- Bereikbaarheid: behoud van een aantrekkelijk en betrouwbaar openbaar vervoer;
- Samenwerking: heldere afspraken tussen gemeenten, vervoerders en de Vervoerregio over uitvoering en kosten.
Toekomstbeeld
- Op basis van een eerste inventarisatie zijn trajecten in beeld gebracht waar gemeenten de komende vijf jaar mogelijk GOW-30 invoeren.
- Data-analyse laat zien wat dit betekent voor het ov-netwerk.
- Kaarten geven een overzicht van het beoogde toekomstige netwerk.
- De werkwijze geldt voortaan als leidraad bij invoering van GOW-30.
- De Vervoerregio monitort effecten en rapporteert jaarlijks over voortgang en knelpunten.
- Gemeenten beslissen zelf over hun areaal, maar doen dit met deze gezamenlijke werkwijze als basis.
Het effect van gow-30 op het openbaar vervoer Door invoering van GOW-30 kan de snelheid dalen en reistijd van het openbaar vervoer toenemen. Dit maakt het ov minder aantrekkelijk voor reizigers, maar heeft ook gevolgen voor de vervoerder. Er zijn meer uren nodig om dezelfde dienstregeling te rijden, waardoor de kosten toenemen. Vanwege concessieafspraken is dit niet zomaar op te vangen. Een concreet voorbeeld van (gemeente-overstijgende) effecten is lijn 111, die rijdt tussen Zaandam en Marken, via Oostzaan, Amsterdam-Noord, Broek in Waterland en Monnickendam. Wanneer gemeenten zoals Zaanstad en Oostzaan de snelheid verlagen naar 30 km/uur, neemt de rijtijd per rit toe. Voor vervoerder EBS betekent dit bijvoorbeeld circa twee minuten extra rijtijd. Dat lijkt weinig, maar doordat bussen op vaste tijden rijden, wordt de totale omlooptijd (heen- en terugrit samen) langer. Hierdoor is één extra bus en chauffeur nodig om de frequentie van vier ritten per uur te behouden. Als die extra capaciteit er niet is, moet de frequentie worden verlaagd naar drie ritten per uur. Daarmee komen reizigers in gemeenten verderop, zoals Waterland, minder vaak of later aan. Dit laat zien hoe lokale keuzes invloed kunnen hebben op het netwerk als geheel, en waarom gezamenlijke afstemming tussen gemeenten en vervoerders essentieel is.