Gemeente Waterland wil meewerken aan kleine windturbine in Broek in Waterland
Voorgesteld besluit aan gemeenteraad Waterland: Een positief advies af te geven op de aanvraag om omgevingsvergunning voor het plaatsen van een kleine windturbine op het agrarisch erf aan de Overlekergouw 1 te Broek in Waterland. (Foto: ter illustratie)
Inleiding
De afgelopen jaren is onder agrariërs een toenemende interesse zichtbaar voor kleine windturbines. Een reden hiervoor is dat de energievraag op agrarische bedrijven vaak hoger is op momenten waarop zonnepanelen minder produceren, zoals ’s ochtends, ’s avonds en in de winter. Windturbines wekken daarentegen vaak juist energie op wanneer de zon ontbreekt of minder krachtig is, waardoor zij een waardevolle aanvulling vormen op zonne-energie. Op 23 mei 2022 heeft de provincie Noord-Holland haar Omgevingsverordening herzien. Daarbij is het eerdere algemene verbod op kleine windturbines komen te vervallen en is het, onder voorwaarden, mogelijk gemaakt om in het landelijk gebied per bouwperceel één kleine windturbine te plaatsen.
Als reactie op zowel de toenemende vraag als de versoepeling van de provinciale omgevingsverordening heeft uw raad op 14 november 2024 het ‘Beleidskader Kleine Windturbines Zaanstreek–Waterland’ vastgesteld. Dit beleidskader vormt het toetsingskader voor aanvragen voor de plaatsing van kleine windturbines in de gemeente Waterland en de regiogemeenten. Op 19 november 2025 heeft het melkveebedrijf V.O.F. De Gouw een aanvraag ingediend voor het plaatsen van een kleine windturbine op zijn agrarisch erf aan de Overlekergouw 1 te Broek in Waterland. De aanvraag is in strijd met het (tijdelijke) omgevingsplan. In dit raadsvoorstel wordt uw raad voorgesteld om een positief bindend advies voor deze aanvraag af te geven.
Argumenten
1.1. Aanvraag is in strijd met het (tijdelijke) omgevingsplan
De aanvraag is in strijd met het (tijdelijke) omgevingsplan. De strijdigheid zit in het omgevingsplanonderdeel ‘wijzigingsplan Broek in Waterland – Overlekergouw 1’, waarin het plangebied is gelegen op gronden met de functie ‘agrarisch’. Op grond van artikel 3.2.2, onder b, zijn bouwwerken ten behoeve van de opwekking van windenergie niet toegestaan op gronden met de functie ‘agrarisch’. Afwijking van deze regel is mogelijk door het verlenen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA), zoals bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onder a, van de Omgevingswet.
1.2. Bindend adviesrecht is van toepassing op deze aanvraag
Deze vergunningaanvraag betreft een BOPA die valt binnen een categorie waarvoor de gemeenteraad heeft bepaald dat een bindend advies vereist is, zoals is vastgelegd in het ‘Besluit Bindend Adviesrecht Omgevingswet Waterland 2022’. Volgens artikel 4.21 van het omgevings-besluit moet het college de aanvraag daarom eerst aan uw raad voorleggen voordat een besluit kan worden genomen. Het voorleggen van de aanvraag aan uw raad is daarmee geen keuze, maar een wettelijke verplichting. Het advies dat uw raad hierover uitbrengt is bindend, wat betekent dat het college op grond van artikel 16.15b Omgevingswet verplicht is dit advies te volgen bij de besluitvorming.
1.3. Aanvraag voldoet aan het ‘Beleidskader kleine windturbines Zaanstreek – Waterland’
Het ‘Beleidskader Kleine Windturbines Zaanstreek–Waterland’, dat uw raad op 14 november 2024 heeft vastgesteld, vormt het toetsingskader voor de beoordeling van aanvragen voor kleine windturbines binnen gemeente Waterland en regiogemeenten. Dit beleidskader is gezamenlijk opgesteld met de regiogemeenten Edam-Volendam, Zaanstad, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend (inclusief de voormalige gemeente Beemster) en Wormerland, en zorgt ervoor dat aanvragen binnen de regio zorgvuldig en uniform worden beoordeeld. In het beleidskader staat o.a. dat een kleine windturbine zorgvuldig moet worden ingepast in het landschap, waarbij nadrukkelijk wordt gekeken naar de maat en schaal van het erf en de kenmerken van de omgeving. Daarnaast moet een turbine volgends dit beleidskader aansluiten op de bestaande bebouwing, zodat deze geen losstaand object in het open landschap vormt maar onderdeel blijft van het erf. Verder geldt dat per perceel slechts één turbine is toegestaan en dat plaatsing alleen mogelijk is op agrarische percelen of op percelen met een stedelijke functie van minimaal één hectare.
De aanvraag voldoet aan alle voorwaarden en uitgangspunten uit het beleidskader.
1.4. Positief advies Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Waterland
Op 8 december 2025 heeft de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Waterland (CRKW) het plan beoordeeld. De commissie erkent dat de turbine zichtbaar zal zijn, maar vindt dat deze, door de forse maat van de agrarische bebouwing en erfbeplanting, in een acceptabele verhouding staat tot de overige elementen op het erf. Volgens de commissie voldoet de turbine qua vormgeving en plaatsing aan het beleidskader. De commissie adviseert daarom positief. Het advies is gebaseerd op de relevante regels in het (tijdelijke) omgevingsplan over omgevingskwaliteit, de gemeentelijke nota Uiterlijk van bouwwerken en het Beleidskader Kleine Windturbines Zaanstreek–Waterland.
1.5. De aanvraag omgevingsvergunning is in overeenstemming met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Er is voor deze aanvraag een ETFAL‑onderbouwing opgesteld. Deze onderbouwing voldoet aan alle gestelde eisen en behandelt de onderwerpen die nodig zijn voor een zorgvuldige beoordeling van de aanvraag. De aanvraag is getoetst aan het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Uit de ETFAL beoordeling blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling ruimtelijk aanvaardbaar is op de beoogde locatie. De afstand tot gevoelige functies, zoals woningen en natuurgebieden, is voldoende om effecten als geluidhinder, slagschaduw en visuele hinder binnen aanvaardbare normen te houden. Ook de beoordeling van overige onderdelen van de fysieke leefomgeving laat zien dat de ontwikkeling geen onevenredige negatieve gevolgen heeft voor onder andere de externe veiligheid, het landschap en de gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen.
Daarnaast sluit het plaatsen van een kleine windturbine aan bij gemeentelijke en regionale opgaven. Door lokaal hernieuwbare energie op te wekken, neemt de afhankelijkheid van het elektriciteitsnet af en dalen de energiekosten voor het agrarisch bedrijf. Dit sluit aan bij de gemeentelijke ambitie om duurzame, lokale energieproductie te bevorderen en zo bij te dragen aan de energietransitie. Tegelijkertijd wordt ingespeeld op de toenemende netcongestie in de regio. Doordat de energie lokaal wordt opgewekt en direct op het erf wordt gebruikt, worden piekbelastingen op het elektriciteitsnet verminderd, waardoor de druk op de transportcapaciteit afneemt. De kleine windturbine draagt daarmee bij aan een stabieler en toekomstbestendiger energiesysteem. De ETFAL‑onderbouwing is nader uitgewerkt en zijn de relevante uitgevoerde onderzoeken gedaan. Uit deze onderbouwing volgt dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarmee is het college op grond van artikel 8.0a van het Bkl bevoegd om een omgevingsvergunning te verlenen voor deze BOPA.
Kanttekeningen
Het alternatief is dat er geen positief advies voor het plan wordt afgegeven door de raad. Het college moet de omgevingsvergunning dan weigeren. Na besluitvorming kunnen belanghebbenden bezwaar indienen en eventueel daarna nog in beroep gaan bij de rechtbank.
Financiële toelichting
Voor deze aanvraag zijn leges conform de legesverordening verschuldigd, te voldoen door de aanvrager.
Juridische toelichting
De aanvraag betreft een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Voor deze procedure geldt de reguliere voorbereidingsprocedure als bedoeld in artikel 16.64 van de Omgevingswet. Op grond van artikel 8.0a van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) kan voor een BOPA slechts vergunning worden verleend indien sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Het college van burgemeester en wethouders is op basis van artikel 5.1, tweede lid, onder a, van de Omgevingswet het bevoegd gezag voor het nemen van een besluit op de aanvraag. Daarnaast bepaalt het ‘Besluit Bindend Adviesrecht Omgevingswet Waterland 2022’ dat voor deze aanvraag een bindend advies van de raad vereist is. Deze verplichting volgt uit artikel 16.15a van de Omgevingswet. Conform artikel 16.15b van de Omgevingswet is dit advies bindend en moet het college dit bij de besluitvorming volgen.
Duurzaamheid
Het initiatief sluit aan bij de duurzaamheidsambities van de gemeente Waterland. In het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid is vastgelegd dat Waterland in 2030 45% en in 2035 50% van de lokale elektriciteitsvraag hernieuwbaar wil opwekken. De windturbine levert hieraan een directe bijdrage door lokaal duurzame energie te produceren.
Communicatie
De communicatie over dit besluit verloopt via de wettelijk voorgeschreven kanalen. Op overheid.nl maken we bekend dat de omgevingsvergunning is verleend, met inachtneming van het advies van de raad. Daarnaast heeft er vooraf participatie met omwonenden plaatsgevonden. Tijdens dit proces zijn geen bezwaren naar voren gekomen.